ABN Amro wil werknemers meer op kantoor zien
ABN Amro wil via de nieuwe cao zijn werknemers verplichten ten minste de helft van de week weer op kantoor te zijn. Dat versterkt de verbinding met collega’s, verhoogt de creativiteit en zorgt voor een betere scheiding tussen werk en privé. Eerder was de bank nog een fervent voorstander van thuiswerken, want dat heeft ook zo z’n voordelen: de productiviteit is vaak hetzelfde of hoger en het aantal benodigde kantoorwerkplekken – en dus de huisvestingslasten – zijn een stuk lager. Toch past de nieuwe koers van ABN Amro in een trend. Steeds meer werkgevers proberen thuiswerk te verminderen.
AWVN-onderzoek
Nederland is kampioen thuiswerk sinds corona, met vijf miljoen medewerkers die kantoor en thuis afwisselen als werkplek. Werkgeversorganisatie AWVN meldde onlangs dat inmiddels driekwart van de (grotere) werkgevers een minimale aanwezigheid op kantoor eist van twee dagen per week. De Volkskrant vroeg AVWN-woordvoerder Jannes van der Velde in een artikel op 13 augustus om een reactie: ‘Werkenden zijn sociale dieren, die moeten collega’s in de ogen kunnen kijken, en nieuwkomers moeten kunnen worden ingewerkt. Te veel thuiswerken leidt tot cultuurproblemen en sociale problemen.’