Inperking concurrentie- en relatiebeding op komst
Het concurrentiebeding wordt ingeperkt, zodat werknemers eenvoudiger van baan kunnen wisselen en werkgevers makkelijker aan nieuw personeel kunnen komen. Het is straks niet meer toegestaan een concurrentiebeding of een relatiebeding in een arbeidscontract op te nemen als daar geen zwaarwegende redenen voor zijn, zoals het werken met bedrijfsgeheimen of klantgegevens. Is er wel sprake van een terecht concurrentiebeding, dan gelden de volgende beperkingen: er moet in staan voor welk gebied het beding geldt, de termijn mag niet langer zijn dan één jaar na het vertrek van de werknemer en de werkgever moet de werknemer een vergoeding betalen als hij een beroep wil doen op het concurrentiebeding of een relatiebeding.
Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding
Dat staat in het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding dat Minister Hans Vijlbrief op 29 juni voor advies heeft voorgelegd aan de Raad van State. Het is de bedoeling het wetsvoorstel daarna aan te bieden aan de Tweede Kamer, naar verwachting eind 2026. Een eerder plan om het concurrentiebeding te laten vervallen bij een faillissement staat niet in het wetsvoorstel, aangezien er ook dan sprake kan zijn van een zwaarwegend belang om een werknemer aan het beding te houden. Het wetsvoorstel is feitelijk een aanpassing van artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek, waar het concurrentiebeding is omschreven. De discussie over inperking van het concurrentiebeding loopt al sinds 2022.
Concurrentiebeding en relatiebeding
Een concurrentiebeding is een beperkende afspraak voor werknemers die vertrekken naar een concurrerende werkgever. Een relatiebeding verbiedt een oud-werknemer aan de slag bij relaties van de voormalige werkgever. Het doel van deze bedingen is te voorkomen dat werknemers cruciale informatie meenemen die het bedrijf kunnen schaden, zoals bedrijfsgeheimen of klantgegevens. Het gebruik van concurrentie- en relatiebedingen is de afgelopen jaren toegenomen. Inmiddels heeft een op de drie werknemers ermee te maken. Vaak is daar geen enkele inhoudelijke grond voor, want de meeste werknemers werken niet met bedrijfsgeheimen of vertrouwelijke klantgegevens. In die gevallen is het dus onterecht om een concurrentiebeding te gebruiken.