Thuiswerkregeling moet langs OR voor instemming
Opnieuw heeft een rechter bepaald dat het invoeren, wijzigen of afschaffen van een thuiswerkregeling alleen is toegestaan als de ondernemingsraad daar tijdig mee heeft ingestemd. Dat blijkt uit de zaak van machinebouwer Caterpillar. De werkgever wilde de werknemers verplichten om weer op kantoor te komen werken. Omdat de OR was gepasseerd, verklaarde de OR het besluit van de werkgever nietig. Toch wilde de werkgever het besluit doorvoeren. Daarop spande de OR een kort geding aan. De kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant moest vervolgens beoordelen of de OR instemmingsrecht had op het intrekken van het thuiswerkbeleid. En de rechter gaf de OR gelijk.
Thuiswerkbeleid
In 2016 voerde de Nederlandse vestiging van Caterpillar flexibel werken in, met een onderbouwd thuiswerkbeleid. Met elke werknemer voor wie thuiswerken mogelijk was, werd een individuele thuiswerkovereenkomst gesloten. De werkgever vroeg zowel over het beleid als over de overeenkomst instemming van de OR en kreeg die ook. In 2022 besloot het Amerikaanse moederconcern eerst werknemers aan te moedigen op vrijwillige basis weer op kantoor te komen werken. Per 1 januari 2024 volgde de verplichting om drie dagen per week op kantoor te komen werken en per 1 juli 2025 eiste het moederbedrijf zelfs een volledig ‘return-to-office’.
Instemmingsrecht
De rechter oordeelde dat dit besluit wel degelijk instemmingsplichtig is, omdat het gaat over een (wijziging van een) regeling voor de arbeidsomstandigheden, zoals dat staat in artikel 27 1d van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De arbeidsomstandigheden zijn wezenlijk anders als je de vrijheid hebt om een dag of meerdere dagen per week thuis te werken, dan wanneer je de volledige werkweek op kantoor moet werken. Ook heeft thuiswerken direct invloed op de werkdruk (minder reistijd, de mogelijkheid van het flexibel indelen van werkuren), op de balans tussen werk en privé en daarmee ook op de psychosociale arbeidsbelasting en dus op het welzijn van de werknemers.
Bovenwettelijk instemmingsrecht
De rechter merkte bovendien op dat zelfs er geen instemmingsrecht op grond van artikel 27 zou zijn, de OR alsnog bovenwettelijk instemmingsrecht zou hebben op basis van artikel 32 lid 2 van diezelfde WOR. Caterpillar Nederland had in december 2017 namelijk de OR zelf om instemming gevraagd voor de invoering van flexibel werken. En het thuiswerkbeleid was een wezenlijk en belangrijk (zo niet het belangrijkste) onderdeel van dit flexibel werken. Ook de thuiswerkovereenkomst maakte hier onderdeel van uit. En volgens de rechter is een wijziging van een regeling waarvoor de werkgever de OR eerder om instemming heeft verzocht, opnieuw instemmingsplichtig, ditmaal bovenwettelijk.