Nieuws
Laatst gewijzigd op: 3 december 2025 | Geschreven door: Redactie Performa HR

Hoge Raad: dertien jaar als uitzendkracht is echt te lang

Een werknemer werkt bijna dertien jaar als uitzendkracht voor een bedrijf. Herhaaldelijk vraagt de werknemer om een vast dienstverband, maar het bedrijf weigert dat telkens. Uiteindelijk stapt de werknemer naar de rechter. Volgens hem is geen sprake meer van tijdelijkheid van zijn werk en heeft het bedrijf de uitzendconstructie misbruikt. Hij verzoekt de rechter vast te stellen dat hij een vaste arbeidsovereenkomst heeft. En daarbij hoort ook de toekenning van verschillende vergoedingen en de betaling van achterstallig loon.

Flexibele schil

Zowel de rechtbank (in eerste aanleg) als het hof (in hoger beroep) wijzen de verzoeken van de werknemer af. Volgens het hof is weliswaar sprake van langdurig gebruik van de uitzendovereenkomst, maar wil dat niet zeggen dat er sprake is van misbruik van de uitzendovereenkomst zoals bedoeld in de Europese Uitzendrichtlijn. De werkgever heeft namelijk een objectieve verklaring gegeven voor het gebruik van de uitzendovereenkomst: er is doorlopend behoefte aan een zogenoemde ‘flexibele schil’.

Hoge Raad

Ten einde raad wendt de werknemer zich tot de Hoge Raad. En die doet op 21 november 2025 een andere uitspraak: het hebben van een ‘flexibele schil’ is geen rechtvaardiging voor dertien jaar onafgebroken uitzendwerk bij dezelfde inlener. Zo’n lange inlening kan misbruik van de uitzendovereenkomst opleveren. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het lagere hof en verwijst de zaak naar een ander hof om opnieuw te worden beoordeeld. [ECLI:NL:HR:2025:1733]

Uitzendwerk ‘echt en tijdelijk’

De Hoge Raad stelt voorop dat uit de Europese Uitzendrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat uitzendwerk ook echt tijdelijk is. Dat geldt ongeacht of er sprake is van één doorlopende opdracht of van een aantal achtereenvolgende opdrachten. Er is sprake van misbruik van de uitzendovereenkomst als de duur van de inlening van de uitzendkracht bij een bedrijf langer is dan wat – gelet op alle relevante omstandigheden – redelijkerwijs als tijdelijk kan worden aangemerkt, en het inlenende bedrijf voor de daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling geen objectieve verklaring kan geven.