Nieuws
Publicatiedatum: 20 juli 2023 | Geschreven door: Janneke Zoutenbier

Minister wil niet morrelen aan cao’s en avv

Er zijn geen grote ‘knellende en belemmerende’ onderdelen in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) die om die reden voortaan uitgezonderd zouden moeten worden van de algemeen-verbindend-verklaring (avv) cab cao’s. Dat antwoordt Minister Karien van Gennip van SZW op 17 juli op de motie van VVD-kamerlid Bart Smals, waarin hij vraagt om bij vakbonden en werkgeversorganisaties te onderzoeken of die er wel zijn.

Afwijkingsmogelijkheden

Uit het onderzoek blijken geen grote belemmeringen en de sociale partners geven ook aan tevreden te zijn met de bestaande afwijkingsmogelijkheden. Dus gaat de minister niet morrelen aan de algemeen-verbindend-verklaring van cao’s. Volgens haar is het cao-stelsel van grote betekenis voor de arbeidsverhoudingen in Nederland en creëert de avv rust en stabiliteit. De minister somt in de brief ook op welke afwijkingsmogelijkheden sociale partners kunnen afspreken om voor maatwerk tot op het niveau van individuele bedrijven te zorgen:

  • een minimum-cao die voor de hele sector geldt, maar waar individuele werkgevers kunnen afwijken van de cao-afspraken zolang dat in het voordeel van de werknemers is;
  • een hardheidsclausule, waardoor er altijd ruimte is voor aanpassing als een werknemer of werkgever onevenredig nadelig wordt getroffen door de cao;
  • een decentralisatiebepaling, waarmee individuele werkgevers in overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afwijkende afspraken van de cao kunnen maken;
  • een aanpassing van de werkingssfeer, waarbij de cao-partijen overeenkomen dat een bedrijf of subsector geheel of gedeeltelijk uitgezonderd kan zijn van de toepasselijkheid van de cao;
  • een dispensatieverzoek als specifieke situaties uit de cao knellen voor werkgever of werknemers, in te dienen bij de minister van SZW tijdens de tervisielegging van een avv-verzoek.

Bewuste afweging

Van Gennip geeft wel aan dat het opnemen van een afwijkingsmogelijkheid een bewuste afweging moet zijn, om de werking van het stelsel niet te ondermijnen. Als bijvoorbeeld de gelijke concurrentieverhoudingen of bescherming van onderhandelingspositie van de werknemers in het geding dreigen te komen, ziet de minister het opnemen van een afwijkingsmogelijkheid als onwenselijk.