Nieuws
Laatst gewijzigd op: 14 september 2026 | Geschreven door: Redactie Performa HR

Werkgever mag geen huur meer inhouden voor woning arbeidsmigrant

Werkgevers mogen geen huur meer inhouden op het minimumloon van arbeidsmigranten. In plaats daarvan moeten werkgevers hen een eerlijke prijs laten betalen voor huisvesting. Volgens de huidige regeling mag de werkgever een maximaal 25% van het brutominimumloon inhouden voor woonruimte die hij aanbiedt. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schaft deze regeling per 1 juli 2028 af, zo staat in een brief van 10 september 2026.

Misbruik door werkgevers

Werkgevers zouden de regeling misbruiken als verdienmodel. Ze blijken regelmatig het maximale bedrag aan loon in te houden, terwijl dat in geen verhouding staat tot de kwaliteit van de woonruimte van de werknemer. Bovendien zorgt de regeling ervoor dat arbeidsmigranten veel te afhankelijk zijn van hun werkgever. Als ze hun baan verliezen, zijn ze ook hun woonruimte kwijt, met als gevolg dat ze letterlijk op straat staan. Ook kan de Arbeidsinspectie na afschaffen van de regeling makkelijker controleren of een werkgever ook echt het wettelijk minimumloon betaalt.

Huurbescherming en huurprijsbescherming

Het afschaffen van de inhoudingsregeling heeft heel wat voeten in de aarde. In een vorig kabinet trok toenmalig minister Paul van SZW de afschaffing weer in. Hat afschaffen van de inhoudingsregeling vindt nu tegelijk plaats met het ingaan van de Wet passende huurcontracten. Deze wet regelt huurbescherming en huurprijsbescherming. Dat moet de kans verkleinen dat arbeidsmigranten na afschaffing van de regeling te hoge huren moeten betalen. De Wet passende huurcontracten is in de zomer 2026 in internetconsultatie gegaan en moet ingaan op 1 juli 2028, net als het besluit voor afschaffing van de inhoudingsregeling.