Minder cao-afspraken over een leven lang ontwikkelen
In cao’s moet meer aandacht komen voor ‘kwalitatieve afspraken’ zoals de Algemene Werkgeversvereniging Nederland het noemt, en minder nadruk op loonstijgingen. Omdat de toekomstige inflatie daarbij als richtsnoer lijkt te fungeren, en steeds gekozen wordt voor structurele loonsverhogingen, dreigt de betaalbaarheid in de knel te komen. Afspraken over de ontwikkeling van werknemers komen minder voor. En die is juist nodig voor de vergroting van de arbeidsproductiviteit. Dat staat in de Tussenevaluatie cao-jaar 2026 van de AWVN.
Meer kwalitatieve afspraken
Bij onderhandelingen over de lonen is het afgelopen half jaar steevast de inflatie als ondergrens voor de loonstijging genomen. Daardoor blijft de gemiddelde cao-loonafspraak op 3,3% steken en lijkt 3% een nieuwe ondergrens te worden. Dit is lager dan in het eerste half jaar van 2025 maar nog steeds hoog. Afspraken over andere arbeidsvoorwaarden blijven achter. Er zijn weliswaar meer ‘kwalitatieve afspraken’ gemaakt dan vorig jaar, maar die gaan vooral over de werk-privébalans, maatwerk in verlofregelingen zoals voor mantelzorg en over vervroegd uittreden.
Afspraken over leven lang ontwikkelen
Verhoudingsgewijs bevatten cao’s weinig afspraken over arbeidsvoorwaarden die bijdragen aan de vergroting van de arbeidsproductiviteit. Bijvoorbeeld over een leven lang ontwikkelen (LLO), duurzame inzetbaarheid en de toepassing van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie (AI). Zo werden er voor 2023 in vier op de tien cao-akkoorden nog afspraken gemaakt over een leven lang ontwikkelen en is dit de laatste jaren gedaald naar 28%. Andere afspraken bedoeld om de ontwikkeling van medewerkers te stimuleren waren afspraken over vitaliteit (24%) en een persoonlijk ontwikkelingsbudget (29%).Dit laatste is vooral gericht op individuele werknemers.