Nieuws
Laatst gewijzigd op: 2 februari 2026 | Geschreven door: Redactie Performa HR

Coalitieakkoord: alle nieuwe plannen op een rij

Het nieuwe kabinet Jetten heeft een ambitieuze agenda als het om werken gaat. Het wil het pakket regelgeving rond vast en flexibel werk afronden, verder met de uitvoering van het pensioenakkoord, laagbetaalde arbeidsmigratie blijven aanpakken en inzetten op een hogere arbeidsproductiviteit. Daarnaast is er een waaier aan kortetermijnmaatregelen om bestaande regeldruk voor werkgevers te verminderen en om scholing, transitievergoeding en WW meer te richten op een leven lang leren en re-integratie. Op de langere termijn zijn fundamentele stelselaanpassingen nodig, over verlof, leren, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Tot slot wil het kabinet flink snoeien in de sociale zekerheid.

Korte termijn

Het kabinet van D66, VVD en CDA laat in het coalitieakkoord van 30 januari zien dat het op korte termijn wil volgende veranderen:

  • De bestaande transitievergoeding wordt voortaan gekoppeld aan een ‘leven lang leren’. Het bedrag dat werknemers krijgen bij ontslag is nu nog vrij besteedbaar, maar is straks gekoppeld aan plannen voor om- of bijscholing. Werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing en omscholing van werknemers of die zich maximaal inzetten voor de re-integratie van hun zieke werknemers hoeven straks een lagere of helemaal geen transitievergoeding meer te betalen.
  • De compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt voor alle werkgevers afgeschaft. Het vorige kabinet wilde alleen de transitievergoeding bij kleine werkgevers met tot 10 werknemers nog compenseren, nu krijgt geen enkele werkgever meer compensatie.
  • De loondoorbetalingsplicht voor MKB-werkgevers bij ziekte wordt verlicht, vermoedelijk in het tweede jaar.
  • Er verdwijnen rapportageverplichtingen uit de Wet verbetering poortwachter, sancties worden duidelijker omschreven en werkgever en werknemer mogen voortaan meer contact hebben tijdens de ziekte van een werknemer.
  • Werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen in het beëindigen van discriminatie op de werkvloer en bij werving en selectie.
  • Voortaan is maatwerk vanwege persoonlijke omstandigheden ook mogelijk bij het afspiegelingsbeginsel dat werkgevers moeten toepassen bij collectieve ontslagprocedures.
  • Werkgevers moeten daarbij bestaande concurrentiebedingen moderniseren zodat werknemers meer ruimte krijgen elders aan de slag te gaan.
  • Het kabinet kiest voor een snelle, maar gefaseerde invoering van de Zelfstandigenwet in plaats van de eerder ingediende Wet Vbar. Uit dat wetsvoorstel – een aanpassing van het Burgerlijk wetboek – blijft alleen het rechtsvermoeden van werknemerschap in stand, maar niet het verduidelijkingsdeel. Het rechtsvermoeden houdt in dat als een zzp’er minder dan 36 euro per uur verdient, hij of zij in principe werknemer is tenzij de werkgever kan bewijzen dat dit niet zo is.
  • De behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) gaat door, maar dan met een mogelijkheid om privaat te verzekeren (opt out), zoals afgesproken in het pensioenakkoord.
  • Er komt een nieuwe subsidieregeling voor scholing, gericht op tekortsectoren en kansrijke beroepen, in opmaat naar een nieuw stelsel van individuele leerrechten.
  • Er komt een wettelijke stagevergoeding en een stagefonds met baangaranties voor tekortsectoren.
  • Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door verruiming van de werkkostenregeling.
  • Het draagvlak voor cao’s wordt vergroot door ook niet-vakbondsleden te betrekken, er komen meer dispensatiemogelijkheden om af te wijken van cao’s en er komt aandacht voor minder regeldruk voortvloeiend uit cao’s. Het advies van de Stichting van de Arbeid dient hierbij als vertrekpunt.
  • Er komt een pilot van drie jaar om actief en gericht geschoolde krachten naar Nederland te halen, in ieder geval uit (kandidaat-) lidstaten van de EU, die hier toegevoegde waarde hebben in vooraf afgebakende sectoren. Dat betekent ook een minimale salariseis, een huisvestingsverplichting en een maximale termijn van drie jaar.
  • Om uitbuiting van laaggeschoolde arbeidsmigranten te voorkomen, bijvoorbeeld in de vleessector, blijft een uitzendverbod een stok achter de deur, in lijn met het plan van voormalig minister Van Hijum. Hetzelfde geldt voor de plicht voor werkgevers om te helpen bij de inschrijving in de Basisregistratie Personen.
  • Werkgevers die arbeidsmigranten inhuren, moeten ook zorgdragen voor ‘voldoende huisvesting’, maar een einde aan het arbeids- of uitzendcontract mag niet meer leiden tot uithuiszetting. Ook dit is een voortzetting van bestaand beleid.
  • De WW-uitkering wordt weliswaar naar 80% van het laatst verdiende loon in de eerste maanden van werkloosheid, maar tegelijk wordt de duur gehalveerd van twee naar één jaar, met meer nadruk op omscholing en snelle terugkeer naar werk. Dat is nog eens een half jaar korter dan de 18 maanden die het kabinet Schoof eerder had voorgesteld (maar niet had doorgezet).
  • Om te voorkomen dat de WIA onuitvoerbaar wordt, wordt een van de twee varianten, de IVA (bedoeld voor volledig en langdurig arbeidsongeschikten) afgeschaft voor nieuwe gevallen. Zij ontvangen voortaan een WIA-uitkering van 70% in plaats van een IVA-uitkering van 75% van het laatstverdiende loon. Ook wordt het maximumdagloon per 2029 verlaagd met 20%, wat per saldo een lagere WIA-uitkering betekent voor beterverdieners.

Middellange termijn

Op middellange termijn ziet het kabinet Jetten het volgende:

  • Het moet lonen om meer te werken. Daarvoor wordt de Wet onderscheid arbeidsduur aangepast met een voltijdsbonus, een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
  • De bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders gaat gewoon door. Daarmee verdwijnt de grootste onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders.
  • Er komt een eenvoudiger verlofstelsel, zodat het combineren van werk met een gezin of met zorg makkelijker wordt. Basis daarvoor is het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’.
  • Er komt een nieuw stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarin de primaire focus ligt op re-integratie, met een zeker en fatsoenlijk vangnet voor iedereen die niet kan werken. Deze re-integratie begint al tijdens de eerste ziekteperiode, maar ook bij (dreigend) ontslag, als het werk te zwaar wordt of mensen een andere loopbaanstap willen nemen.
  • De AOW-leeftijd wordt vanaf 1 januari 2033 direct gekoppeld aan het stijgen van de levensverwachting. Per extra jaar levensverwachting betekent dat ook een extra jaar doorwerken. Nu is dat 8maanden doorwerken per extra levensjaar. Er blijft oog voor de mensen met een zwaar beroep, die niet in staat zijn om langer door te werken.
  • De komende zes jaar wordt de fiscale subsidiering van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens verminderd. Dat gebeurt door de zogenaamde aftoppingsgrens – de inkomensgrens waarboven je geen pensioen meer kunt opbouwen – te bevriezen in plaats van mee te laten lopen met de inflatie.

Disclaimer

Omdat het nieuwe kabinet Jetten een minderheidskabinet is, dat zowel een meerderheid in de Eerste als Tweede Kamer mist, zal het medestanders moeten vinden bij de oppositie. Dat zal natuurlijk niet lukken als alle plannen in één pakket zitten. Het is logischer dat er kleinere pakketten met kortetermijnmaatregelen komen, de ene keer gesteund door een rechtse oppositie, de andere keer door een linkse. Ook zullen veel voorgestelde maatregelen meer kans maken als ze in verzwakte vorm worden voorgesteld aan het parlement.