Nieuws
Publicatiedatum: 2 juli 2024 | Geschreven door: Wander de Groot
parkeergarage

Werknemer moet € 75.000 betalen vanwege concurrentiebeding

Een voormalig projectmanager bij een industriële tankbouwer moet stoppen met zijn nieuwe baan en zijn oude werkgever ten minste € 75.000 betalen. Hij heeft namelijk zijn concurrentiebeding geschonden. Hij was inmiddels aan de slag bij zijn nieuwe werkgever, een directe concurrent. Volgens de rechter was het aannemelijk dat de projectmanager relevante kennis had van specifieke en niet openbare (financiële) bedrijfsgegevens van zijn oude werkgever, die hij in zijn managementfunctie bij zijn nieuwe werkgever zou kunnen benutten.

Spoedeisen belang

Dat blijkt uit een kort geding (en een bodemprocedure), aangespannen door de werkgever tegen de ex-werknemer. Ook al vond de rechter dat het concurrentiebeding veel te ruim was geformuleerd, de werkgever kon aannemelijk maken het echt ging om een overstap naar een van de weinige echte directe concurrenten in dezelfde regio. Het ging bovendien om een manager die beschikte over gevoelige bedrijfsinformatie. Aangezien hij al aan de slag was bij zijn nieuwe werkgever, achtte de rechter het spoedeisende belang van het kort geding aangetoond [ECLI:NL:RBROT:2024:4786].

Eisen aan concurrentiebeding

Eerder heeft de Hoge Raad in twee uitspraken nadere eisen aan het wettelijke concurrentiebeding gesteld. In een arrest van 28 maart 2008 staat dat een werknemer de consequenties van een concurrentiebeding vooraf goed moet weten. Als bewijs van kennisneming en instemming moet hij daarom zijn handtekening onder het contract met dat beding zetten [ECLI:NL:HR:2008:BC0384]. In een later arrest van 3 maart 2017 staat dat het beding ook in het arbeidsvoorwaardenreglement (avr) mag staan, zolang dat onderdeel uitmaakt van het arbeidscontract. Ook mag de werknemer op een andere ‘uitdrukkelijke wijze’ schriftelijk instemmen met het beding [ECLI:NL:HR:2017:364].